De camping kostte 26 euro per nacht en had uitzicht op het mooiste bergdal ter wereld. En we kregen er gratis een lesje 'Tokyo drift' op de bergpassen bij.
Aankomst bij Lake Motosu
Na het overleven van de gigantische wegen rondom Tokyo, kwamen we eindelijk in de bergen. We verbleven bij Camping Koan. Vooraf hadden we niet veel verwacht van een Japanse camping, we dachten: strak geasfalteerd, kleine vakjes en veel regels. En oké, die regels wáren er, maar het uitzicht maakte alles goed.
Je opent de zijdeur van je campervan en staat direct aan de rand van het Motosu meer. Geen rimpeltje op het water, en aan de overkant torent die perfecte vulkaankegel majestueus de lucht in. Het is exact dezelfde hoek die is afgedrukt op het biljet van 1000 yen!
Je kunt vooraan aan het meer parkeren, maar let op met zware campers; in het losse zand wilt je je busje niet vast rijden! Wij stonden veilig op de rand met perfect panorama-zicht.
De onverwachte roadtrip terug
Onze roadtrip werd extra bijzonder omdat Japan in de bergen letterlijk voelt als een decor voor een drift-film. Wegen sferen prachtig door de bossen, met apen (ja echt, macaken!) die in de verte toekijken. Zelfs de rustige ritjes voor de dagelijkse boodschappen voelden als een avontuur.
In de komende camperreis is Mount Fuji stop twee op de lijst. Trek je warme trui maar aan voor de koudere avonden, proost met een goede sake bij het vuurtje en kijk hoe de berg de volgende ochtend paars en roze kleurt.